Roberto de Zerbi traint spelprincipes Brighton elke dag
Roberto de Zerbi, de huidige coach van Premier League-club Brighton, is een inspiratiebron voor voetbalcoaches over de hele wereld. Welke tactieken en spelprincipes gebruikt de Italiaanse coach. Hoe maakt hij die trainbaar? En waar haalt hij zelf zijn inspiratie vandaan?
Coaches in heel Europa geïnspireerd door De Zerbi
Ambitieuze voetbaltrainers bestuderen het spel van Brighton onder coach Roberto de Zerbi. Feyenoord-coach Arne Slot bijvoorbeeld is zeer geïnteresseerd in de ontwikkeling van nieuwe spelprincipes door de Italiaanse coach. Na afloop van de door Feyenoord met 6-1 gewonnen wedstrijd tegen Heerenveen, bekeek Slot thuis een opname van de 1-3 overwinning van Brighton op Manchester United onder Erik ten Hag.
Bij tal van andere clubs zoals Nice, Juventus en Tottenham Hotspur zijn de trucs en bijzondere spelprincipes van de Zerbi de laatste maanden herkenbaar. Zelfs wondertrainer Pep Guardiola heeft laten weten dat hij onder de indruk is van De Zerbi.
Spelprincipes zijn uitgangspunten die de speelwijze van een voetbalteam bepalen. Vooral de spelprincipes die De Zerbi bij Brighton heeft geïmplementeerd tijdens de opbouw zijn opvallend. Zo wist Brighton zich vorig seizoen zelfs uit te spelen onder de beroemde hoge druk van Liverpoolcoach Jürgen Klopp. Dat resulteerde op 14 januari 2023 in een 3-0 overwinning.
8 spelprincipes van Roberto de Zerbi bij de opbouw
De volgende lijst van spelprincipes is gebaseerd op analyses van wedstrijden van de club en op uitspraken van de trainer zelf.
1. Gebruik een dubbele pivot
Bij de opbouw volgens het recept van Roberto de Zerbi zakken de centrale verdedigers en twee verdedigende middenvelders, zogenoemde pivots, spilspelers, diep in op de eigen speelhelft. De pivot is de speler die de verdedigende linie en het middenveld met elkaar verbindt. De speler die altijd beschikbaar is om een pass te ontvangen. Tijdens het succesvolle wereldkampioenschap van 1974 fungeerde Johan Cruijff als zo’n pivot, of scharnierpunt door zich diep te laten terugvallen tussen zijn eigen verdedigers en de bal op te halen.
Brighton speelt nu met vier verdedigers, vaak in een 4-2-3-1-opstelling, maar met drie achterin kan het ook. Een kenmerk van de speelstijl van Roberto De Zerbi is het gebruik van een dubbele pivot. Pivot betekent spil in het Nederlands. Met een dubbele pivot stellen de spelers die vaak rugnummers 6 en 8 dragen zich samen op, dichtbij elkaar en dichtbij hun eigen verdediging rond de kop cirkel, zodat er veel afspeelmogelijkheden ontstaan in samenwerking met de drie of vier verdedigers die achter hen spelen en soms ook naast of zelfs voor hen, want de vleugelverdedigers staan binnen de speelwijze van De Zerbi vaak ver naar voren. De twee centrale verdedigers en de twee pivots of verdedigende middenvelders vormen samen een vierkant.
2. Opbouw dichtbij de eigen goal
Doordat de teams van De Zerbi de bal rondspelen ver op de eigen speelhelft, maken zij bovendien het speelveld groot, waardoor nog meer ruimte ontstaat voor het rondspelen van de bal. In het seizoen 2020/21, toen Sassuolo zich in de serie A op een haar na kwalificeerde voor Europees voetbal had de ploeg van De Zerbi het hoogste percentage balbezit in de serie A. In het gebroken seizoen 2021/22 had Shaktar Donesk onder De Zerbi ook het hoogste percentage balbezit in de Oekraïense competitie.
3. Lok druk zettende tegenstanders naar voren
De 4 verdedigers en de 2 verdedigende middenvelder vormen samen met de keeper een zevental dat numeriek in het voordeel is ten opzichte van de druk zettende tegenstander. De opbouwende spelers passen de bal rond, en uiteindelijk naar voren, ook als de tegenstander hoog druk zet. Dat gebeurt diep op de eigen speelhelft, dicht tegen de achterlijn en rond het eigen doelgebied. Deze speelwijze zorgt ervoor dat de tegenstander uit zijn tent komt, de tegenstander wordt naar voren gelokt en uitgenodigd om druk te zetten.
Doordat ook de keeper meedoet met het rondspelen van de bal wordt het aantal afspeelmogelijkheden nog verder verhoogd. Als de bal wordt teruggespeeld op de keeper, en een van de aanvallers probeert hem onder druk te zetten, ontstaat ruimte elders op het veld, op de vleugels bijvoorbeeld of tussen het diep gepositioneerde blok van verdedigers en verdedigende middenvelders enerzijds en de aanvallers en aanvallende middenvelders aan de andere kant van het veld.
4. Kaatsen met de derde man
Gebruik de derde man om onder de druk uit te spelen.
5. Sla een linie over als het mogelijk is
Als het mogelijk is speel je een speler aan die dieper op het veld staat opgesteld. Daarna ren je er achteraan om hulp te bieden
6. Verleg het spel in de breedte
De centrale verdedigers spelen de bal naar elkaar als een uitnodiging aan de tegenstander om druk te zetten. Zo lokken ze spelers naar een kan van het veld, om vervolgens het spel te verleggen naar de andere zijde.
7.Blijf in de dekkingsschaduw van de tegenstander
Normaal gesproken vragen coaches van hun verdedigende middenvelders om zich aan te bieden als centrale verdedigers in balbezit zijn. De Zerbi doet het tegengestelde: hij wil dat zijn middenvelders, de pivots in de dekkingsschaduw blijven staan van de druk zettende aanvallers van de tegenpartij. Een directe pas naar de verdedigende middenvelder is dus niet mogelijk. In plaats daarvan zoekt de verdediger een pass naar een andere speler die de bal kan kaatsen naar de (ball-side) pivot die in de dekkingsschaduw staat opgesteld. Dat kan ook bijvoorbeeld de far side pivot zijn. Dit spelen via een verbindingsspeler, een linkspeler is de derde man (ziek ook spelprincipe 3), want er wordt een extra speler gebruikt om een 1-2 combinatie te voltooien.
8.Eerst smal, dan breed.
Om de tegenstander te lokken komen de centrale verdedigers en de vleugelverdedigers soms dicht bij elkaar. Daarna lopen zij juist de ruimtes in die daardoor zijn ontstaan aan de zijkanten van het veld.
De Zerbi maakt spelprincipes trainbaar
Sommige spelprincipes van De Zerbi zijn heel bekend. Zo is bijvoorbeeld het gebruik van de derde man om een speler te bereiken die in de dekking staat ook een belangrijk spelprincipe bij Ajax. Andere zijn bijzonder, zoals het bewust in dekking opstellen van spelers en het terugzakken tot in het eigen doelgebied tijdens de opbouw. Belangrijker nog dan het formuleren van abstracte spelprincipes is de manier waarop een coach deze principes op zijn spelers weet over te brengen, want bij de implementatie van spelprincipes gaat het om de details. Uit de commentaren van Brighton-spelers blijkt dat De Zerbi op dat punt bijzonder succesvol is.
Spelprincipes in het Italiaans zijn pittige kost
De speelwijze van Roberto de Zerbi helpt spelers excelleren, onder andere omdat zij in zijn systeem vaak veel afspeelmogelijkheden hebben. Een van de spelers die heeft geprofiteerd van de komst van De Zerbi is Lewis Dunk. Vijf jaar nadat hij zijn debuut maakte in het Engelse elftal, in 2018, is hij opnieuw geselecteerd voor de nationale selectie. Ook de Nederlandse centrale verdediger Jan Paul van Hecke is onder de hoede van De Zerbi enorm gegroeid.
‘In al onze wedstrijden gaat het nu over druk’, vertelde Brighton-verdediger Lewis Dunk op 6 september in de Daily Telegraph. ‘Hoe gaan we om met teams die hoog druk zetten of teams die laag druk zetten, zich laten terugvallen. Wanneer moet je de bal spelen. Het gaat om de timing van de pass en de timing van de beweging. Vroeger wist ik dat niet. Het gaat allemaal om de kleine details.’
Tegenover de verslaggever van de Britse krant bekende Dunk dat De Zerbi zijn kijk op voetbal heeft veranderd: ‘Voetbal is niet het spelletje dat ik dacht dat het was. Het zit hem in de manier waarop we nu spelen. Ik dacht dat het logisch was, de manier waarop ik de dingen vroeger deed, maar als je iets heel nieuws leert, dan begrijp je dat je het allemaal heel anders kunt doen. Je denkt: waarom wist ik dit niet. Waarom heb ik dit niet eerder gedaan.’
Toch viel het aanvankelijk niet mee voor de Brighton-spelers om te begrijpen wat De Zerbi precies van hen wilde. Ga dat maar eens uitleggen in het Italiaans. ‘Om eerlijk te zijn, de eerste weken waren verschrikkelijk’, zei Dunk in september tegen de Britse krant The Telegraph. ‘Of misschien moet ik zeggen verbijsterend. Tijdens onze eerste ontmoeting met de nieuwe trainer was ik zo verward. Naar wie moet je kijken, naar wie moet je luisteren en dan begin je het langzaamaan te begrijpen. Je moet niet naar de manager luisteren, maar wachten tot de vertaler het woord neemt en dan ga je het uiteindelijk begrijpen.’
Veel praten is mooi, maar uiteindelijk heeft een coach oefeningen nodig om spelers met zijn spelprincipes werkelijk vooruit te helpen. Onder De Zerbi zijn de trainingen van Brighton ingrijpend veranderd.
Trainingsmethoden van Roberto de Zerbi
Op de dagelijkse trainingen van Roberto de Zerbi oefenen spelers bijvoorbeeld hoe en onder welke hoeken de bal door de vijandelijke linies heen gepasst moet worden bij het opbouwen dichtbij de eigen goal (zie spelprincipe 1). De Brighton-spelers hebben daardoor al talloze keren getraind hoe ze vanuit hun eigen doelgebied een uitweg vinden als ze bal ontvangen, temidden van spelers van de tegenstander die van verschillende kanten druk zetten.
De spelprincipes en trainingsmethoden van De Zerbi trokken al de aandacht bij clubs die hij eerder trainde zoals Benevento (2017 tot 2018), Sassuolo (2018 tot 2021) en Shakhtar Donetsk (2021 tot 2022).
Passoefeningen zonder tegenstand
Het onder druk uitspelen vraagt grote precisie in de passing. Pass-oefeningen zonder tegenstander zijn dan ook onderdeel van de trainingen die De Zerbi gaf bij zijn voormalige werkgevers Sassuolo, Shaktar en Brighton, zo blijkt uit filmpjes op de websites van zijn voormalige werkgevers en zijn huidige club. Denk bijvoorbeeld aan het simpelweg direct overspelen van de bal in duo’s naar elkaar waarbij de bal afwisselend gaat van het linkerbeen van speler A naar het linker been van speler B, dan naar het rechterbeen van speler B, naar het rechterbeen van speler A en weer terug naar het linkerbeen van speler A. Spelers als Veltman en Julio Enciso voeren de oefening braaf uit, losjes dribbelend op hun voeten, terwijl De Zerbi toekijkt met zijn voet op de bal.

Andere passoefeningen zonder tegenstander die De Zerbi gebruikt op zijn Brighton-trainingen zijn:
- Overspelen in duo’s waarbij spelers de bal stoppen en hem dan met dezelfde voet terugspelen.
- Variatie: aanname met de ene voet en een pass met de andere.
- Variatie: verschillende spelers lopen naar een kaatsende speler toe, spelen de bal twee keer op en neer en nemen de bal dan achterwaarts mee: dus in de richting waarin de bal is aangespeeld. Daarna komt een volgende speler die de bal twee keer op en neer speelt naar de kaatsende speler.
- Oefening waarbij spelers de bal stoppen en dan met de bal onder de voetzool een aantal hupjes achteruit bewegen, voordat ze de bal weer terugspelen naar hun partner.
- Pass-oefening door de lucht waarbij de bal niet op de grond mag komen. De aanname met de bal mag met een lichaamsdeel naar keuze. Bij de volgende touch wordt de bal teruggespeeld naar de partner.
- Pass-oefening in hoekvorm, waarbij de bal met de ene voet wordt aangenomen dan met de andere wordt doorgespeeld in een hoek van 90 graden. Dit gebeurt eerst met en zonder balaanname.
Pass circuits zijn onderdeel training De Zerbi
Roberto de Zerbi laat zijn spelers ook door zogenoemde pass circuits lopen. Daarbij moeten de spelers zich bijvoorbeeld opstellen achter een zogeheten mannequin, uit de dekkingsschaduw bewegen van deze pop van een voetballer en de bal kaatsen of meenemen, soms in de richting waarin die is aangespeeld, soms in een bepaalde hoek naar een volgend doel.
Om door te kunnen draaien in de speelrichting van de bal moeten spelers zich juist opstellen en de bal ontvangen met hun achterste voet. Dat draaien met de bal op het moment dat je die aanneemt wordt makkelijker gemaakt door diagonale passes.
Schijnbewegingen zijn belangrijk bij opbouw van achteruit
De Zerbi laat zijn spelers de passing circuits ook doorlopen met lichaamsschijnbewegingen, want ook die zijn belangrijk voor zijn teams om onder hoge druk uit te voetballen. Een van de schijnbewegingen die verdedigers gebruiken om ruimte te creëren is eerst een stap naar de bal toe bewegen, om de tegenstander die de bal wil blokken te lokken en dan juist een stap achteruit om de bal voorbij de tegenstander te laten rollen en veel ruimte te creëren voor een vervolgactie.
Die timing en de beweging worden eindeloos gerepeteerd. ‘We oefenen het elke dag’, zo vertelde Dunk tegen de Daily Telegraph. ‘Dat is waar onze training uit bestaat. Ik zou deze positie niet kunnen spelen, maar ik ken nu welke positie en ik weet waar ze moeten zijn. Wanneer ze moeten bewegen en onder welke hoeken ze aanspeelbaar moeten zijn. We oefenen het zo vaak dat we elk scenario kennen. Iemand zet druk van de ene hoek en een ander zet druk vanuit een andere hoek. We weten waar de bal heen moet om door de druk heen te komen. We weten dat binnenstebuiten en we besteden er heel veel uren aan om dat te leren.’
Rondo’s in de trainingen van Roberto de Zerbi
Een van de andere oefenvormen die spelers leren spelen onder hoge druk is de zogenoemde rondo. Hoewel rondo in het Spaans rondje betekent, stellen spelers bij deze oefenvorm op aan de randen van een rechthoek.

Bij een variant op de rondo, oefeningen gericht op balbezit, zijn spelers niet gebonden aan de lijnen van het veld, maar mogen zij zich vrij bewegen binnen een zone die is afgebakend op het veld. Een van de spelvormen die De Zerbi gebruikt is de Rondo 5-tegen-2. In deze oefening spelen 5 spelers van de ene kleur elkaar de bal toe, terwijl twee verdedigers proberen hen de bal af te pakken. Om snel van partij te kunnen wisselen als de verdedigers de bal hebben veroverd dragen zij in een hand vaak een hesje dat wordt overgedragen aan de nieuwe verdedigers.
Deze rondo van 5-tegen-2 wordt gespeeld met verschillende afspraken zoals: bal maximaal 1 keer raken, bal maximaal 2 keer raken en de bal verplicht 2 keer raken. De Zerbi gebruikt ook de rondo 8-v-2, met een gelijk aantal balafpakkers, maar 8 in plaats van 6 spelers die elkaar de bal toespelen. Voor de spelers die de bal rondspelen is het doel om de bal een bepaald aantal keren over te passen. Als een van de 2 verdedigers in het midden de bal afpakt of aanraakt, wisselt hij met de aanvaller die de bal het laatst heeft aangeraakt.
Een andere rondo gericht op balbezit die De Zerbi gebruikt is de oefenvorm 4+1-v-2. In dit geval mogen de spelers vanaf hun positie aan de rand van het veld de combinatie zoeken met een neutrale speler die zich binnen het veld vrij mag bewegen. Deze rondo gericht op balbezit gebruikte De Zerbi bij Sassuolo, Shaktar en Brighton ook met eenzelfde aantal verdedigers, maar 6 of zelfs 8 spelers in plaats van 4: de 6+1-v-2 en de de 8+1-v-2.
Positiespelen De Zerbi zijn puzzelstukjes in wedstrijd
Bij positiespelen wordt de bal rondgespeeld in situaties die zich ook in een echte wedstrijd kunnen voordoen. Daarom is er in deze ook een voorkeursrichting: de bal moet zich bewegen in de richting van een doel en spelers van beide partijen hebben in het veld aparte rollen en soms is het veld verdeeld in verschillende zones waarin verschillende regels gelden. Ook het opstellen van goals helpt om positiespelen richting te geven.
Het volgende 6-tegen-4 positiespel waarbij gebruik wordt gemaakt van een grote goal en 2 minigoaltje is heel geschikt voor het opbouwen van achteruit met 6 spelers plus de keeper (zie spelprincipe 1).

In de bovenstaande oefening proberen de blauwe spelers van achteruit op te bouwen, waarbij de spelers het dichtst bij het doel de rol vervullen van de centrale verdedigers. Zij geven elkaar breedtepasses, totdat de rode aanvallers besluiten om druk te zetten.
Op hun beurt worden ook de rode spelers uit de tweede verdedigingslinie uitgenodigd om de ruimte kleiner te maken voor de twee verdedigende middenvelders (de dubbele pivot). Zij kunnen dat doen door allebei de pivots van de tegenstander te gaan dekken. In dat geval zal er voor de centrale verdedigers vaak ook ruime ontstaan om met een lange pass de aanvallers direct aan te spelen.
De rode verdedigende middenvelders kunnen er ook voor kiezen zich meer gestaffeld op te stellen waarbij de voorste van de 2 druk zet op de tegenstander en de ander de lange passes naar de aanvallers probeert af te dekken.
Als de rode verdedigende middenvelders het centrum afdekken en te dicht bij elkaar komen te staan, kunnen de centrale verdedigers direct de aanvallers aanspelen. Zij kunnen de bal dan kaatsen op een doorgelopen pivot en die mag dan scoren in een van de minigoals. Als het de rode, verdedigende spelers lukt om de bal af te pakken mogen zij proberen te scoren in het grote doel.
De Zerbi gebruikt favoriete rondo van Guardiola
De Zerbi is een grote bewonderaar van Pep Guardiola en heeft zijn succesperioden met Barcelona diepgaand geanalyseerd. Het mag niet verbazen dat De Zerbi net als Guardioal een fan is van de rondo 4-v-3+3. In deze variant spelen 2 teams van 4 tegen elkaar. Zij houden balbezit vanaf de rand van het veld, waarbij ze elkaar ook de bal mogen toespelen via drie neutrale spelers, waarvan de middelste zich vrij mag bewegen door het hele veld heen. De andere twee spelers staan aan het uiteinde van het veld, waardoor het spelletje een richting krijgt. Om het belang van de richting van het spel te benadrukken en passes door de linies heen uit te lokken, kan worden afgesproken dat het team in balbezit niet alleen een punt scoort door de bal minimaal 10 keer in bezit te houden, maar ook door de bal van de ene naar de andere neutrale speler over te brengen. Bij dit spel wordt gebruik gemaakt van een veld van 10-15 bij 20-30 meter.
Kleine partijtjes op de trainingen van De Zerbi
Kleine wedstrijdjes, zogenoemde small side games zijn ook een veelgebruikt element in de trainingen van Roberto de Zerbi. Hij gebruikte ze bij Shaktar en Sassuolo en tegenwoordig ook bij Brighton. Omdat het veld en de aantallen klein zijn, 3v3 bijvoorbeeld, 6v6 of 7v7, komen spelers in deze partijtjes vaak aan de bal in kleine ruimtes. In de 6v6+1 SSG kan de aanvallende partij bovendien steeds gebruik maken van een neutrale speler.
Ook aanvallers profiteren van de diepe opbouw
De diepe opbouw van de teams van De Zerbi creëert niet alleen ruimte voor het rondspelen van de bal tussen de verdedigers en de verdedigende middenvelders, maar ook voor de aanvallende middenvelders en aanvallers. De aanvallende middenvelders hebben alle ruimte om zich terug te laten zakken tussen de linies en de bal te ontvangen vanuit de verdediging. Verdedigers van de tegenstanders staan een op een met aanvallers uit de teams van De Zerbi en die aanvallers hebben veel gelegenheid om met slimme loopacties op te duiken in gevaarlijke vijandelijke zones.
Vaste spelpatronen in de aanval
Op persconferenties benadrukt Roberto de Zerbi, dat zijn spelers hun eigen oplossingen moeten vinden, met gebruikmaking van de spelprincipes die hij hen aanreikt. Toch traint hij met zijn spelers ook op vaste patronen, zeker als het gaat om de laatste stadium van een aanval: spelpatronen die moeten leiden tot een doelpunt of in elk geval een schot op het doel. Op een training van Sassuolo is te zien hoe een de bal aangeeft vanaf de middenlijn. Daarna wordt het spel via twee kaatsen verplaatst naar de andere kant. Daar neemt een speler de bal aan door open te draaien en speelt de bal door aan een speler die tegen de zijlijn staat. Deze speler steekt naar binnen, ogenschijnlijk in de richting van het doel maar geeft de bal af aan een speler, gewoonlijk een back, die achter hem langs overlapt en een voorzet geeft. Ineen directere variant blijft de tweede kaats naar de zijn kant achterwege en verloopt de aanval door het midden van het veld.
Ook in deze laatste fase van de aanval bieden spelprincipes van Roberto de Zerbi spelers houvast.
Spelprincipes van Roberto de Zerbi (voor de aanval)
Om optimaal te profiteren van de mogelijkheden hanteert De Zerbi de volgende spelprincipes.
1. Runs op het laatste moment
Door hun runs laat te timen, vooral niet te vroeg komen de aanvallende spelers aan in de ruimte op het moment dat ze de bal ontvangen, waardoor ze vaak kans hebben om met de bal aan de voet opzij of zelfs naar voren te draaien.
2. Runs in tegengestelde richtingen
Doordat de ene speler zich aanbiedt door naar de bal toe te komen en de andere speler juist dep gaat wordt de tegenstander in verwarring gebracht en worden nieuwe passlijnen gecreëerd. Tegengestelde runs kunnen ook ontstaan in de breedte van het veld doordat spelers elkaar kruisen.
Training van het hele systeem
Natuurlijk traint De Zerbi zijn fameuze opbouw van achteruit ook op het hele veld. In de tijd dat hij coach was bij Sassuolo is een opname gemaakt van een oefening waarin 4 verdedigers de bal op moet drijven en tussen elkaar moeten passen om uiteindelijk twee verdedigende middenvelders te bereiken. Dit zijn de fameuze pivots die de spilfunctie bekleden in de systemen van De Zerbi, Pep Guardiola en eerder Johan Cruijff. In de eindvariant van deze oefening is het ook de bedoeling dat de keeper intensief bij de opbouw betrokken wordt.
Een van de doelen van deze oefening is dat het team zich als eenheid verplaatst waarbij de backs ervoor zorgen dat ze ‘hoger’ staan dan de twee centrale verdedigers, zodat deze altijd een diagonale afspeelmogelijkheid hebben.
Het doel van de verdedigers en de middenvelders is om de bal te spelen in doeltjes aan de andere kant van het veld. Als dat lukt is de opbouw geslaagd en wordt de bal weer verplaatst naar de andere kant waar de keeper staat, zodat de opbouw opnieuw kan beginnen.
In een training van De Zerbi die voor de zomer van 2023 is gefilmd vanaf de tribunes zien we hoe De Zerbi het opbouwen onder hoge druk oefent in een trainingsvorm van 11v9 waarbij de 4 verdedigers (en later 3 verdedigers) opbouwen samen met 2 middenvelders, de twee spillen op ongeveer een half veld. Doel van het opbouwende team van 11 spelers is om te scoren in een van drie kleine doeltjes met gele palen aan de overkant. De negen verdedigers proberen te scoren in twee kleine doeltjes met rode doelen die op de zijlijn staan opgesteld.
De Zerbi’s nieuwe speelstijl heeft tot doel om zijn effectiefste aanvallers in de juiste posities te krijgen. Dunk zegt daarover tegen de Daily Telegraph: ‘Voor de fans ziet het er eng uit, zeker in thuiswedstrijden als we de bal rondpassen in de buurt van ons eigen doelgebied, maar we weten welk idee er achter de passes zit en welke voordelen we eruit halen. Zoals de trainer zegt: We doen het niet omdat het er goed uitziet, maar omdat we er voordeel uit halen. We doen het om doelpunten te maken aan de andere kant van het veld en om Mitoma en Solly March in een-op-een posities te brengen waaruit ze kunnen scoren. Er schuilt een logische methode achter alle gekte.’
