SportboekenTennisboeken

The inner game: ontdekkend leren en niet oordelen

De boeken over The Inner Game zijn hun tijd ver vooruit. In zijn boeken over The Inner Game of Tennis, Golf, Music, Management en Stress pleit de auteur voor leermethoden die in de decennia erna populair zouden worden, al noemt hij ze niet altijd bij naam. Zo pleit auteur Timothy Gallwey voor niet oordelen ontdekkend leren. De ideeën die hij beschrijft in zijn boek zijn ook verwant aan het fenomeen Flow, een staat van diepe concentratie waarbij je opgaat in hetgeen je doet en niet nadenkt over toekomst of verleden. Dat idee stamt uit de jaren zestig en wordt toegeschreven aan Mihaly Csikszentmihayli.

Gallwey haalt zijn inspiratie bij oosterse wijsgeren, niet uit de westerse wetenschap. Toch is zijn filosofie opvallend mooi in lijn met de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek naar motorisch leren. Zo vindt Gallwey dat sporters moeten durven vertrouwen op ‘de ongelooflijk ingewikkelde en competente mechanismen van het menselijk lichaam’. Hij wijst erop wat ons lichaam en onze zintuigen allemaal moeten doen om bijvoorbeeld woorden op een pagina te lezen en te interpreteren, naar een stoel te lopen en het licht aan te doen of een bal te serveren: ‘Ons lichaam is een waanzinnig gracieus en verfijnd systeem,’ schrijft hij.

Wetenschappelijk onderzoek staaft aanpak van The Inner Game

Gallwey maakt onderscheid tussen processen die onze expliciete aandacht nodig hebben en processen die vanzelf verlopen, zonder onze aandacht. Hij meent dat we meer op het laatste systeem moeten durven vertrouwen. In het wetenschappelijk onderzoek naar impliciet leren hebben we gezien dat ook wetenschappers het onderscheid maken tussen gecontroleerde en automatische processen.

Bewegingswetenschappers kunnen automatische processen verklaren vanuit mechanische eigenschappen van onze spieren en pezen; ze beschouwen ons lichaam als een systeem van veren dat vanzelf in balans blijft. Ook hersenonderzoeker Victor Lamme (Universiteit van Amsterdam) gelooft in de automatische aansturing van bewegingen, zo vertelt hij in een verhaal over golf dat ik eind 2011 schreef voor NRC Handelsblad. ‘In ons brein zijn verschillende hersendelen verantwoordelijk voor het uitvoeren van automatische bewegingen enerzijds en anderzijds voor het bewust aanleren van die handelingen,’ aldus Lamme. ‘Daardoor gaat bijvoorbeeld pianospelen alleen maar slechter wanneer je probeert erover na te denken.’

De visie van Gallwey sluit ook goed aan op de constraints-led approach van Karl Newell. Newell ontdekte dat goede skiërs niet in vaste patronen vervallen, maar juist gevarieerder gaan bewegen naarmate ze beter worden. In zijn boek Inner Skiing betoogt Gallwey dat skiërs en snowboarders die variatie de ruimte moeten geven. Ze moeten zich vrij voelen om in balans te blijven op een manier die past bij hun lichaam en de helling.

De beginner is houterig en voorspelbaar, zo laat het onderzoek van Karl Newell zien. Het bewegingspatroon van de expert is veranderlijk, want hij beweegt met de oneffenheden in de berghelling mee. Net als snowboarders moeten skiërs in de eerste plaats hun balans zoeken. Een zogenaamd ideaalbeeld is daarbij eerder ballast dan noodzaak.

Ontdekkend leren op ski’s

Gallwey vertaalt deze inzichten naar een andere manier van lesgeven. Hij is gediplomeerd tennisleraar, maar durft vanuit zijn inzichten evengoed ski- of golfles te geven. In een van die lessen geeft hij twaalf beginnende skiërs de kans hun eigen balans te ontdekken. Hij laat ze experimenteren, maar stuurt ze waar nodig toch ook in de gewenste richting. Guided discovery heet die aanpak, ontdekkend leren. 

Gallwey geeft geen expliciete aanwijzingen, hij vraagt de beginners eenvoudigweg te wennen aan ‘die gekke uitsteeksels’ aan hun voeten en hun gewicht te verplaatsen van de ene naar de andere voet. Ze mogen hun knieën buigen, hun ski’s kantelen en weer plat zetten. Dan zegt hij ‘volg mij’ en gaat dan in kleine stapjes tegen de berg op, met zijn ski’s dwars op de helling.

‘Ik wil dat je je bewust bent van je ski’s,’ zegt hij. ‘Liggen ze plat of gekanteld in de sneeuw?’ Later vraagt hij het klasje zelf te voelen wat er gebeurt met hun ski’s als ze die zo kantelen dat ze meer plat op de helling liggen. De beginners glijden een beetje naar beneden en zetten hun ski’s vanzelf weer wat meer haaks om te stoppen.

‘Zie je,’ zegt Gallwey. ‘Daarom kantelen we onze ski’s als we tegen de helling omhoog lopen. Wie heeft jullie verteld de ski’s te kantelen? In een traditionele klas zou jullie verteld zijn hoe je dat moet doen. Nu doen jullie het automatisch zonder erbij na te denken. Iets binnen in jullie is behoorlijk slim en jullie zullen meer en meer leren daarop te vertrouwen. Kantel nu je ski’s zoveel als je kunt. Die hoeveelheid kanteling noemen we vijf. Nu iets minder, dat is vier. En nog iets minder, dat is drie. Helemaal plat noemen we nul. Oké, we gaan nu verder de helling op en ik wil dat jullie met een getal hardop aangeven hoe ver jullie ski’s gekanteld zijn.’

Zonder instructie hebben de beginners trapsgewijs de helling op leren lopen en een gevoel ontwikkeld voor het kantelen van de ski’s. Daarmee is een basis gelegd voor het leren skiën. Timothy Gallwey geeft een richting aan, hij stuurt niet aan op zogenaamde ideaalplaatjes.

Observeer, maar oordeel niet, zegt The Inner Game

Tennissers zullen het erover eens zijn dat het op tijd naar achteren halen van het racket een voorwaarde is voor het slaan van een stevige forehand. ‘Doe je racket op tijd naar achteren,’ zal een traditionele tenniscoach dan zeggen. Een coach die werkt volgens de methode-Gallwey pakt het anders aan. ‘In plaats daarvan vraag ik iemand liever om eenvoudig aandacht te schenken aan de plaats waar zijn racketblad is als de bal stuit, aan zijn kant van het net,’ schrijft Gallwey. ‘Dat werkt beter dan een speler die de hele tijd tegen zichzelf loopt te zeggen dat hij zijn racket vroeg naar achteren moet doen.’

De speler die zijn racket observeert, die voelt waar het is zonder te oordelen, zal zijn eigen ritme vinden, zo is de overtuiging van Gallwey. In het skiën, tennis, golf en het maakt niet uit welke andere sport. ‘Dat ritme zal iets verschillen van datgene wat volgens universele standaarden als correct wordt beschouwd,’ aldus Gallwey. ‘Als hij gaat spelen, dan heeft hij niet een magische toverspreuk die steeds herhaald moet worden, hij kan zich eenvoudig concentreren zonder na te denken.’

Timothy Gallwey kiest andere woorden, maar de boodschap is identiek aan de verhalen van Nadal en Bernstein: bewegingen in de sport zijn nooit twee keer hetzelfde. Gallwey gidst zijn pupillen in een richting, maar hij probeert ze niet in een te nauw omschreven mal te schikken. Hij heeft aandachtspunten waaraan een tennisslag moet voldoen, maar die verschillen van individu tot individu en spelers moeten zelf voelen dat een aanpassing voor hen werkt.

10 tips voor ontdekkend leren in het tennis

Gallwey’s adviezen zijn toepasbaar op je kunt het zo gek niet bedenken. Niet voor niets volgden er in The Inner Game-serie boeken over golf, management, muziek en omgaan met stress. Op zeker moment wordt het boek naar de smaak van sommigen misschien een beetje zweverig. Gallwey bejubelt de voordelen van concentratie op de ademhaling en van Bahkti Yoga, een Yoga-variant die erop gericht is om door toewijding een perfecte staat van concentratie te bereiken. The Inner Game is op zijn best als Timothy Gallwey put uit zijn praktijk als tennisleraar. Daarom volgen hier de tien beste tips uit het boek.

1. Stop met jezelf beoordelen

Als je goed naar een tennisspeler kijkt, schrijft Gallwey, dan zie je alle waardeoordelen over zijn eigen spel over zijn gezicht schieten. Hij fronst na een slecht schot. En kijkt zelfvoldaan als een bal in zijn ogen heel erg goed was.

Na een paar slechte backhands vertelt een speler zichzelf dat hij het kwijt is. Hij gaat naar een professional om hem te laten repareren. Als een patiënt die naar een dokter gaat: hij is ziek en moet worden beter gemaakt. Onze cultuur is van die houding doordesemd. U zou verbaasd staan als u een trainer tegenkomt die zegt dat er met uw spel niets mis is.

Maar u zult zeggen: ‘er ís toch ook iets mis met een backhand die elke keer meters buiten het veld belandt?’ Volgens Gallwey betekent het laten varen van oordelen niet dat we fouten negeren. Het betekent wel dat we eenvoudig dingen waarnemen zoals ze zijn.

Laat je lichaam de bal slaan en zie, voel, neem waar wát er gebeurt, zonder daar iets van te vinden of wat er gebeurt te categoriseren: het gaat goed of slecht. Als we willen veranderen kunnen we dat doen door bijvoorbeeld naar goede tenissers te kijken (zie 2)

2. Een beeld is beter dan woorden

Gallwey adviseert om goede tennissers aandachtig te bekijken, bijvoorbeeld wanneer je je service wilt verbeteren.

De service is de ingewikkeldste slag, schrijft hij, allebei de armen zijn betrokken in een ingewikkelde synchroonbeweging en de rest van het lichaam doet ook nog mee. Je moet er dus niet te veel over nadenken. Hij adviseert om voor de televisie te gaan zetten en te kijken naar toppers. Medio jaren zeventig waren dat Stan Smith en Billy Jean King, tegenwoordig liggen Caroline Wozniacki en Roger Federer meer voor de hand.

Over het belang van zien en laten zien vertelt Gallwey een anekdote. Zakenman Jack uit Californië realiseert zich best dat hij een krachtiger backhand zou slaan als hij zijn backswing inzet van onder de bal. Vijf tennisleraren hebben het hem verteld maar het lukt maar niet om het te verbeteren.

Gallwey loopt met de man naar een relecterend raam en vraagt Jack om naar zichzelf te kijken. Hé zegt de man, mijn racket is werkelijk heel hoog als ik het naar achteren zwaai. Terwijl hij in de spiegel kijkt lukt het hem aardig om zijn backswing laag te houden. ‘Dit voelt heel anders’, zei hij. Op de baan slaagt Jack er daarna aardig in om het beeld in een gevoel om te zetten: hij begint consistent topspin backhands te slaan binnen de lijnen van het veld. ‘Dank, voor wat je me hebt geleerd’, zegt hij na afloop tegen Gallwey. “Maar wat heb ik je dan geleerd?”, wil Gallwey weten. Jack laat een stilte vallen en probeert het zich te herinneren. Je hebt alleen maar naar me gekeken, zegt hij dan, maar ik heb er toch een boel van geleerd.

3. Realiseer je eens wat mensen allemaal kunnen en hoe bijzonder wij zijn

Terwijl u dit leest bewegen uw ogen moeiteloos over het scherm, ze registreren symbolen in zwart wit en vergelijken die automatisch met symbolen die u in uw jonge kindertijd hebt geleerd. Aan de symbolen wordt betekenis gekoppeld en dat gaat met duizenden per minuut (als je de individuele letters telt). Dat ons lichaam een bal kan raken met tennissen is even wonderlijk. Laat dus dat motor-sensorische systeem zijn gang gaan.

Houd op met tegen jezelf praten. The Inner Game maakt onderscheid tussen Zelf1, de denker het deel van onze geest dat voortduren aan het denken is. Dit proces interfereert met Zelf2, de doe- en doelmachine in onszelf. Dit deel van onszelf werkt automatisch. Het zorgt ervoor dat ons lichaam de bal slaat.

4. The Inner Game pleit voor Focus op het doel

Mik bij de service niet zo maar op het servicevak, maar mik op een heel preciese plek in het servicevak. Stel je duidelijk de hele baan voor die de bal door de lucht moet beschrijven. Maak je niet druk als je de preciese plek niet raakt. Als je de computer in je lijf een preciese roos geeft, een bulls eye waar hij op moet mikken dan zal je percentage dubbele fouten al snel aanmerkelijk afnemen. Met reguliere slagen is het niet veel anders.

5. Vertrouw niet te veel op tips

Gallwey noteerde alle zaken waar je op zou moeten letten om een goede forehand te slaan. Hij kwam tot vijftig .En schrijft hij: ‘ Als ik alle dingen die je niet moet doen er ook nog op had gezet, dan was ik tot 200 gekomen.’ Mijn belangrijkste advies aan spelers is: houd het eenvoudig.

Probeer niet na te denken, maar te voelen. Als je de timing wilt verbeteren dan moet je niet nadenken over de details. Je moet er wel aandacht aan besteden. Hij schrijft: Probeer bijvoorbeeld eens extra aandacht te besteden aan de plaats waar je racket is als de bal op jouw kant van de baan landt. Voel waar je je racket houdt bij de backspin, hoe de impact voelt, waar de follow through heen gaat, hoe je voeten staan.

6. Probeer niet oude gewoonten af te leren, maar leer nieuwe

Kies een onderdeel van je spel, je service bijvoorbeeld. Probeer op een nieuwe manier waar te nemen, te voelen hoe je serveert. Laat hem in het vast epatroon vallen of de uitkomst nu goed is of slecht. Voel hoe je staat, hoe je het racket vasthoudt, hoe je ritme is hoe je pols beweegt.

Vervolgens kijk je naar iemand. Kijk naar iemand die met heel veel kracht serveert. Analyseer niet, maar absorbeer wat je ziet. Stel je vervolgens voor dat je de bak krachtigere slaat waarbij je zo veel mogelijk gevoels en visuele details invult. Hoor de bal op het racket, houdt het beeld een minuutje vast. Ga opnieuw serveren zonder je service bewust te veranderen.

Volgens Gallwey hebben volwassenen ontleerd om natuurlijk te leren om te leren als een kind. Zijn ideaal is de geestestoestand van een kat die een vogel besluipt of de gedachtenloze concentratie van een luipaard. Hier gaat hij misschien wat ver in zijn bewondering voor het dierlijke in de mens. Wij mensen zijn immers niet voor niets wezens die kunnen praten en nadenken, daar hebben we in de loop van de evolutie veel voordeel van gehad en er zijn mensen genoeg die veel baat hebben bij wat basale uitleg als ze voor het eerst een bal moeten wegslaan met een stick, een racket of een club.

7. Focus op de naden van de bal

De kunst van The Inner Game is om het stemmetje in je binnenste het zwijgen op te leggen. Galloway gelooft niet dat de geest gecontroleerd kan worden door alleen maar te laten gaan, je moet je aandacht ergens anders op richten. Concentratie is de kunst van het focussen van de aandacht. Als je je geest op één object laat focussen, dan verstilt hij. In tennis kun je focussen op:

De bal. Kijk naar de bal is waarschijnlijk de meest herhaalde opdracht in tennis, maar weinig spelers doen dat echt. Het lukt het best als je probeert de naden waar te nemen terwijl de bal draait.

Galloway’s favoriete focuspunt is het baltraject van mijn slagen en die van mijn opponent. Hij let op de hoogte van de bal als hij over het net komt, de snelheid, en de hoek waarmee hij weer opstuit van de grond. De baan van mijn eigen slag observeert hij net zo nauwgezet.

Je kunt luisteren naar de bal, het werkt goed omdat het voor veel mensen zo ongewoon is.

DJe kunt ook voelen, voelen waar je racketblad is ten allen tijden. Voelen hoe je racket in je hand ligt. Hoe al je spieren zich spannen en ontspannen (95).

8. The Inner Game: Waardeer je tegenstander

Een surfer, schrijft Gallwey, wacht op de grote golf, omdat hij de uitdaging die deze biedt kan waarderen. Zo is ook je tegenstander je vriend, omdat hij je utdaagt omdat ij zijn best doet om het je moeilijk te maken. Je hoopt dat de bal van je tegenstander in is, omdat je dan tot een lekkere rally kunt komen.

9. Aan positief denken heb je niet zo veel

Volgens The Inner Game is het niet zo schadelijk als negatief denken, maar hij komt opnieuw met een ineteressant voorbeeld uit zijn tennispraktijk om de kracht van positief denken te relativeren. Aan het begin van een les vertelde Gallwey een groep vrouwen dat ze forehands aangespeeld zouden krijgen en alleen maar moesten letten op de manier waarop ze hun voeten neerzetten.

Na een serie van dertig lag er nog geen enkele in het net. Maar het ging mis toen Gallwey de dames complimenteerde: ‘kijk eens hoe mooi die ballen daar allemaal in de hoek liggen’. 

De eerstvolgende speler was bang om het voor de groep te verpesten. Gallwey vroeg de vrouwen wat er bij het slaan van de ballen door hun hoofd ging. Ze zeiden allemaal dat ze zich minder bewust waren van hun voeten en juist meer gefocust om er voor te zorgen dat ze de bal niet in het net zouden slaan. Ze probeerden te voldoen aan een standaard van goed en slecht die voor hen was neergelegd.

Ik begrijp het zei een van de vrouwen: ‘Complimenten zijn verhulde kritiek. Beiden worden gebruikt om gedrag te manipueren, de een is alleen sociaal meer geaccepteerd dan de ander.’

10. ‘Voel’, zegt The Inner Game

Voel waar je racketblad is bijvoorbeeld. Als iemands forehand niet lekker loopt, dan kan een tennisleraar tegen hem zeggen: zorg ervoor dat je je racket eerder naar achteren doet. Beter is het om iemand te vragen aandacht te schenken aan de plaats waar zijn racketblad is als de bal aan zijn kant van het net stuit. Zo heeft de speler geen stemmetje in zijn hoofd nodig dat de hele tijd loopt te zeggen: “Vroeg naar achteren met dat racket”, “vroeg naar achteren met dat racket”.

De speler die zijn racket observeert, zonder te oordelen zal zijn eigen ritme vinden. En dat ritme zal iets verschillen van datgene wat volgens universele standaarden als correct wordt beschouwd. Als hij gaat spelen dan heeft hij niet een magische toverspreuk nodig die steeds herhaald moet worden, hij kan zich eenvoudig concentreren zonder na te denken.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *