Oefeningen

De beste sportoefeningen, op basis van wetenschap en praktijk

Innovatieve trainingsvormen zoals spreken direct tot de verbeelding. Voetballen op ski’s bijvoorbeeld. Of met konijnenkeutels slaan in de duinen.
Maar welke oefeningen werken werkelijk om beter te leren sporten? In zijn boek Succesvol Sporten geeft journalist Michiel van Nieuwstadt daarover een gefundeerd oordeel op basis van onderzoek, de praktijkverhalen van coaches en biografieën. De inzichten zijn samen te vatten onder vijf uitgangspunten voor effectief oefenen.: Stijl, Speels, Sturing, Skill en Setting.

Met deze vijf aandachtspunten kan elke coach trainer en sporter direct aan de slag in zijn eigen sport. Van voetbal tot tennis en van basketbal tot atletiek.

De uitgangspunten zijn:

Stijl:

Sporters moeten hun eigen stijl vinden en niet op zoek gaan naar een vermeend technisch ideaalplaatje.

Speels:

Van speelse oefeningen leren sporters meer dan van drills. Met speels bedoel ik gevarieerd en met de vrijheid om eigen oplossingen te vinden. Spelers moeten de ruimte krijgen om te experimenteren in een gevarieerde omgeving.

Sturing:

Geef spelers richtinggevende aanwijzingen met een externe focus. Overvoer ze niet met taken, maar laat ruimte voor zelforganisatie.

Skill:

Drill niet het ‘deel’, maar oefen het ‘geheel’. Presenteer geen technieken in de loze ruimte, maar focus op een beweging die past bij een specifieke situatie: een vaardigheid. Het gaat dus altijd om kijken en doen, aanpassing aan de omgeving (die steeds anders is); intelligent handelen, niet om robotachtige herhaling.

Setting:

Kies een situatie waarmee spelers in een wedstrijd worden geconfronteerd en vertaal die naar een training met een hoge intensiteit. Een snelkookpan, waarin de vaardigheid die wordt getraind steeds terugkomt, maar niet precies op dezelfde manier: herhaling zonder herhaling.