Motorisch Leren

Teaching Games for Understanding: Begin met het spel

Teaching Games for Understanding gaat er vanuit dat kinderen sporten het best leren door spelletjes te spelen. Ze moeten niet beginnen met technische vaardigheden, maar met spelvormen die een doel hebben, zoals scoren of de bal over het net spelen.

De grondleggers Teaching Games for Understanding (TGfU)


David Bunker en Rod Thorpe, studenten lichamelijke opvoeding, plaatsten eind jaren zeventig vraagtekens bij de manier van lesgeven van hun collega’s. Ze vonden dat gymlessen te vaak ontaardden in drilsessies, puur gericht op techniek. Het spelen van het eigenlijke spelletje kwam pas laat of helemaal niet aan bod. Klassen vol kinderen moesten met pijn en moeite allerlei basistechnieken leren beheersen, zonder dat ze zelf begrepen waar dat goed voor was. Neem een lessencyclus badminton. Aan het einde ervan waren sommigen misschien een beetje in staat om een shuttle weg te slaan met een bovenhandse smash, maar ze hadden eigenlijk nog steeds geen idee waar zo’n techniek goed voor was.


Speltechnieken leren voordat je speelt is wereld op zijn kop

Dat was de wereld op zijn kop, vonden Bunker en Thorpe. Techniek aanleren die kinderen nog niet kunnen gebruiken in een echt spelletje is zinloos. Ze besloten de boel om te draaien. Gymleraren moesten een sport voortaan zo vereenvoudigen dat kinderen direct met een partijtje aan de slag konden en er direct lol aan beleefden. Deze methode noemden ze Teaching Games for Understanding, leren sporten vanuit spelbegrip.

Zo werkt Teaching Games for Understanding in badminton

Een traditionele gymleraar die in zijn klas met badminton aan de slag wil, begint met het aanleren van de belangrijkste basistechnieken: de service, de servicereturn, bovenhands slaan, onderhands slaan, het dropshot, de smash. De gedachte is: die technieken zijn nodig voor een spelletje badminton. Als de leraar in zijn lessencyclus elke week een techniek oefent, dan zijn de kinderen na zes weken klaar voor een potje. Zo wilden Bunker en Thorpe het niet langer.
In plaats daarvan beginnen zij met een ‘minispelletje’: één tegen één op een lang, smal veld. Dat spaart ruimte en drukt spelertjes direct met de neus op de simpele feiten: wat is het doel van het spel? De shuttle bij de tegenstander op de grond krijgen. Wat moet je daarvoor doen? Lege ruimte vinden. Waar ligt die ruimte? Achter of voor de speler. Nu pas is de tijd gekomen voor het aanleren van technieken, zoals een service met een boog of een dropshot. Ze zijn immers nodig om de shuttle voor of achter de tegenstander op de grond te krijgen. Zo werkt Teaching Games for Understanding.


Spelers begrijpen waarom ze technieken nodig hebben en passen ze toe in het spel. Maken ze fouten? Dan zet de leraar die recht, maar altijd met het doel van het spelletje als uitgangspunt: ‘zo moet je niet slaan, want dan kun je niet scoren’, ‘sla de bal anders, want dan breng je de tegenstander in verwarring of uit balans’. De heilzame externe focus, is vanzelfsprekend voor kinderen die zo leren sporten.

Teaching Games for Understanding maakt sport eenvoudig


Teaching Games for Understanding werkt als leraren een sport zo vereenvoudigen dat kinderen met een beperkt scala aan vaardigheden toch de essentie van het spelletje begrijpen. Het programma heeft een enorme invloed gehad op de sportwetenschap en op ontwikkelaars van sportopleidingen in de hele wereld. In het basketbal bijvoorbeeld betekent het dat kinderen eerst leren ‘lummelen’. Ze moeten de bal met zijn tweeën een minuut lang in bezit houden bijvoorbeeld of tien keer overpassen zonder dat een tegenstander in het midden de bal afpakt.
Vanuit zo’n simpel spelletje leren kinderen hun eigen beslissingen nemen zoals vrijlopen, boogballetjes spelen en een pass tegenhouden. Dat soort concepten zijn in een minispelletje lummelen makkelijker te begrijpen dan in een vol veld. Een potje één tegen één spelen of twee tegen twee is overzichtelijker dan een wedstrijd van vijf tegen vijf. Laat staan een potje elf tegen elf. Als de doeltjes dan ook nog kleiner zijn of de netten lager, dan creëren we werkelijk een situatie die spelertjes begrijpen en leuk vinden.

Spel is uitgangspunt in alle stadia van het leerproces


In de filosofie van Bunker en Thorpe blijft het spelletje het uitgangspunt, ook in latere stadia van het leerproces. Een leerkracht kan een ingewikkeld verhaal over zoneverdediging ophangen, maar hij kan ook het doel verkleinen tot een enkel pylonnetje en de kinderen laten ervaren dat scoren onmogelijk is als ze daar met zijn allen omheen gaan staan; dat wil zeggen, als ze de juiste zone verdedigen.

Voor deze manier van leren zijn geen instructies nodig. Er wordt geen stappenplan gevolgd. Er wordt niet bewust gewerkt aan het analyseren of verbeteren van fouten. En het kost niet per se bloed, zweet en tranen om het oefenen vol te houden. Wel komen kinderen die leren vanuit het spelletje elke keer in aanraking met een andere wedstrijdsituatie. Ze moeten een oplossing vinden door de situatie goed in te schatten en ernaar te handelen.
Tennis is een van de sporten die in de afgelopen jaren sterk zijn beïnvloed door de filosofie van Bunker en Thorpe. Zo is bijvoorbeeld het jeugdontwikkelingsprogramma QuickStart Tennis, dat is opgezet door de Amerikaanse tennisbond erop geinspireerd. Andre Agassi was hierbij vanaf het begin af aan betrokken. Hij heeft immers geen goed woord over voor de strenge manier waarop hij zelf heeft leren tennissen. Ook in de spelgericht aanpak van de Nederlandse hockey- en voetbalbond is de filosofie van Teaching Games for Understanding herkenbaar. Ook Nederlandse sportopleidingen zoals Calo Windesheim en ALO Fontys propageren deze aanpak.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *