Motorisch Leren

Motorisch leren: Wat is het en welke methoden werken het best

Hoe train je het beste om een sport goed te leren? Dat is een van de vragen waarop wetenschappers een antwoord proberen te geven in onderzoek naar motorisch leren. Ook praktijkervaringen van coaches en sporters verschaffen daarover meer helderheid.

Motorisch leren is leren bewegen

Van motorisch leren is sprake als iemand behendiger of vaardiger wordt in het uitvoeren van een bepaalde motorische taak. Motorisch leren is simpelweg leren bewegen, leren sporten bijvoorbeeld. Beweging is een onlosmakelijk onderdeel van sporten. Zelfs voor een denksporten als schaken en kaarten moeten de handen in beweging komen om de slimme strategieën uit te voeren die ons brein heeft bedacht, als is enige vorm van onhandigheid voor topschakers geen belemmering.

Motorisch leren en leren sporten overlappen elkaar

Het leren van motorisch vaardigheden en leren sporten zijn nauw verwant, maar toch zijn er tussen die twee ook verschillen. Motorische vaardigheden van pas voor een breed pakket aan activiteiten, niet om te sporten maar ook om te dansen, iets vast te pakken, te spelen, te opereren of een muziekinstrument te bespelen. Zo bezien zijn leren bewegen en motorisch leren bredere begrippen dan leren sporten. Maar leren sporten is ook een ruimer begrip dan het leren van motorische vaardigheden. Zo moet je om te leren sporten de regels leren kennen en leren samenwerken. Onderstaande figuur maakt in een oogopslag duidelijk waar de overlap ligt en wat de verschillen zijn.

Hoe gaat dat motorisch leren in zijn werk?

Motorisch leren, betekent dat we onze motorische prestaties duurzaam verbeteren. Wat er precies gebeurt in ons lichaam en onze hersenen is voor wetenschappers nog grotendeels een mysterie zo is te lezen in een reeks artikelen over de wetenschap van
het motorisch leren, elders op deze website. Wel weten we dat een aantal factoren belangrijk zijn om beter te worden in het uitvoeren van een motorische taak.

Motorisch leren gebeurt door een beweging vaak te oefenen

Sporten is, in wetenschappelijke bewoordingen dus een vorm van motorisch leren. Er is veel onderzoek gedaan naar de manier waarop het leren van een nieuwe vaardigheid, of skill in het Engels, het beste in zijn werk gaat. Een van de belangrijkste conclusies die daaruit naar voren komt is dat sporters worden beter in een bepaalde skill naarmate ze deze vaker oefenen.

Maar als we meer oefenen gaat dat motorisch leren steeds langzamer

In de praktijk is vaak zichtbaar dat de prestatieverbetering die ontstaat door te oefenen aan het begin groot is en daarna afvlakt naarmate je meer gaat oefenen: de snelheid waarmee je een skill verbetert door te oefenen neemt dus langzaam af. Als je de prestatieverbetering in een grafiek afzet tegen de tijd, ontstaat een curve die aanvankelijk stijl is en daarna langzaam afvlakt naar nul. In wiskundige termen heet een dergelijke curve een machtsfunctie, in het Engels een Power Law. De horizontale lijn waar de curve niet bovenuit komt heet een asymptoot. Oefening baart kunst, maar eindeloos herhalen is zinloos.

Onderzoek naar motorisch leren: figuurtjes tekenen

De Amerikaanse psycholoog G.S. Snoddy ontdekte in 1926 voor het eerst dat prestatieverbeteringen een dergelijke curve kunnen volgen. Snoddy liet mensen figuren tekenen met terwijl ze daar niet direct naar mochten kijken, maar alleen naar het spiegelbeeld daarvan. In een periode van 100 dagen waarin de proefpersonen elke dag een tekening maakten volgden hun verbeteringen inderdaad min of meer een machtsfunctie. Als je die uitzet in een logaritmische grafiek, dan resulteert dat in een rechte lijn.

Onderzoek naar motorisch leren: sigaren rollen

Ook de Amerikaanse psycholoog E. R. F. W. Crossman beschrijft in een studie uit 1956 dat fabrieksarbeiders die sigaren moesten rollen met een speciaal apparaatje daarin steeds vaardiger werden, naarmate ze die taak vaker uitvoerden. Ook hier namen de prestaties toe met de mate van oefenen volgens een zogenoemde machtsfunctie, waarbij de prestatieverbetering eerst snel verloopt en daarna afvlakt tot bijna nul. Zelfs nadat ze zeven jaar hadden geoefend en 10 miljoen sigaren hadden gerold, werden de fabrieksarbeiders nog steeds een heel klein beetje beter in hun taak.
Latere studies zoals bijvoorbeeld die van Fitts uit 1964 wijzen erop dat verbeteringen door oefenen misschien niet een vloeiende lijn volgen, maar soms in fasen verlopen.

Motorisch leren werkt niet als je steeds hetzelfde blijft doen

Dat sporters bij het motorisch leren baat hebben bij variabele trainingen is wetenschappelijk goed onderzocht en bewezen. Dit belangrijke inzicht kan coaches gemakkelijk ontgaan, omdat de heilzame effecten van variabel trainen vaak pas zichtbaar worden op de lange termijn.

Variabel geleerde motorische vaardigheden zijn bestendiger

Neem het oefenen van vrije worpen in basketbal. Studenten die alleen leren schieten vanaf de vrije-worplijn zijn na hun training van deze afstand doeltreffender dan basketballers die leren schieten vanuit allerlei plaatsen op het veld. Dat blijkt uit onderzoek uit 2006 van de Duitse hoogleraar Daniel Memmert. Stug oefenen lijkt dus effectief, maar de verrassing kwam een jaar later. Memmert testte de studenten opnieuw en wat bleek? Dit keer scoorde de groep die gevarieerd had geoefend veel beter.

Variatie bij motorisch leren is uitdagend

Bewegingswetenschapper Timothy Lee (McMaster University) verklaart het positieve effect van variabel oefenen uit het idee dat een sporter de uitvoering van zijn bewegingen daarvoor steeds opnieuw moet plannen. Dat wetenschappelijke inzicht is niet bij alle coaches bekend, maar het wordt wel degelijk in de praktijk toegepast. Zo was het belang van variatie, onderbreking en uitdaging duidelijk herkenbaar in de trainingen van de Nederlandse oud hockeycoach Mark Lammers.

Instructie en feedback werken soms averechts

Het geven van instructie en feedback zijn een essentieel onderdeel van de werkwijze van heel veel leraren, instructeurs, trainers en coaches. Als je iemand uitlegt hoe een ideaal bewegingspatroon eruit ziet dan weet een sporter immers waar hij naartoe moet werken. Dat effect wordt nog versterkt door fouten te corrigeren. Volgens conventionele leertheorieën. begint een leerproces met een uitleg van de manier waarop iemand moet bewegen (instructie), later aangevuld met correctie van fouten.

Explicite instructie heeft zelfs carrières gebroken

Bewegingswetenschapper noemt die manier van leren expliciet leren. In 1992 publiceerde hij een veelgeciteerd onderzoek dat het belang van feedback en expliciete instructie in de sport ter discussie stelt. Sterker, die werkwijze kan ook negatieve effecten hebben. Zo blijkt uit de studie van Masters dat studenten die op deze manier geleerd hebben slechter presteren onder stress. Het lijkt erop dat het aanleren van vaardigheden ‘ volgens het boekje’ ook een negatief effect heeft gehad op het motorisch leren van talloze topsporters waaronder Tiger Woods, Arantxa Rus en Joost Luiten. Een aanpak om impliciet te leren is leren met een externe focus.