Voetbal training in de praktijk. Partijtjes zijn altijd goed
Een goede voetbal training helpt om wedstrijden te winnen. Maar voor de jeugd is de ontwikkeling misschien belangrijker. Welke keuzes moet je maken.
Hoe ziet een goede voetbal training eruit? Om die vraag te beantwoorden moet een trainer allereerst bedenken welk doel hij of zij wil bereiken. Grofweg zijn er twee hoofddoelstellingen te bedenken: 1. Je wilt met je team wedstrijden winnen. 2. Je stelt de ontwikkeling van je spelers centraal. In lijn met deze twee hoofddoelen zijn er nog wel andere doelen te bedenken zoals: spelplezier, fysieke conditie, teambuilding en ga zo maar verder. Afhankelijk van deze doelstellingen beschrijft dit stuk hoe een goede voetbal training eruit ziet.
Het doel van voetbal training
De zeer succesvolle voetbalcoach José Mourinho werkt al zijn leven lang met een methodiek die is ontwikkeld in zijn geboorteland Portugal. Die methodiek heet Tactische Periodisering en is ontwikkeld door sportwetenschapper Victor Frade van de Universiteit van Porto. Deze aanpak stelt het winnen van wedstrijden centraal: ‘Elke oefening moet zich richten op een moment in het spel en de tactiek die een coach op enig moment van zijn spelers wil zien,’ zo schrijft de Spaanse voetbalcoach Xavier Tamarit in zijn boek What is Tactical Periodisation.
Dat kinkt logisch voor een topcoach, maar het is waarschijnlijk niet het doel dat bijvoorbeeld elke jeugdtrainer zich moet stellen.
Zo erkende de in 2016 overleden hockeycoach Horst Wein dat ‘het spelletje zelf’ de best denkbare coach is in allebei deze sporten. Maar hij waarschuwde wel hij dat de optimale speelwijze waarmee een coach wedstrijden wint niet altijd strookt met de beste manier waarop een speler zich ontwikkelt.
Zo vond hij dat coaches bij de E’tjes spelers nooit mochten vertellen de bal over te spelen in het belang van het team. Wedstrijdjes waren volgens Wein de situaties bij uitstek waarbij spelers een vaardigheid als dribbelen onder druk leerden toepassen. Wat is belangrijker? Wedstrijden winnen of spelers ontwikkelen. Hierna zullen we zien dat voetbal trainingen er anders uit zien afhankelijk van de keuze die een coach of trainer maakt.
1. Voetbal trainingen om wedstrijden te winnen
Voor een tolk die zelf niet op hoog niveau speelde, heeft de Portugees José Mourinho het in het voetbal ver geschopt. Als coach staat hij erom bekend dat hij probeert de tegenstander onderuit te halen. ‘Het maakt niet uit hoe we spelen,’ zei Mourinho toen de speelstijl van zijn Inter Milan werd bekritiseerd. ‘Als jij een Ferrari hebt en ik een kleine auto, dan moet ik je stuur breken en suiker in je tank stoppen om van je te winnen.’ In de finale van de Europa League tegen Ajax bewees de Portugese coach dat hij niet te trots is om ook het dure sterrenteam van Manchester United een wedstrijd lang in te stellen op het frustreren van de tegenstander.
Toch werkt Mourinho ook heel systematisch aan de speelwijze van zijn eigen team, volgens de methodiek van de tactische periodisering. Frades model helpt coaches om ideeën over hun speelwijze op papier te zetten en met ijzeren hand door te voeren. Bij tactische periodisering bedenken coaches hoe ze willen spelen, weliswaar rekening houdend met de kwaliteit van hun spelers en de cultuur van de club waar ze werken. Dit kan betekenden dat je een totaal nieuwe rol bedenkt voor spelers, zoals Pep Guardiola dat in het afgelopen seizoen bij Manchester City deed door centrale verdediger John Stones te gebruiken als inschuivende centrale middenvelder. Voor een topcoach kan het evengoed betekenen dat hij voor een paar honderd miljoen nieuwe spelers aanschaft die in zijn speelwijze passen.
De wedstrijd als basis voor voetbal training
Volgens Frade moeten coaches hun speelwijze uitwerken voor vier sleutelmomenten in een wedstrijd: aanval, verdediging en de momenten van omschakeling tussen beide. De coach bepaalt hoe elke linie binnen deze speelwijze moet opereren (subprincipes) en daarbinnen ook wat individuele spelers moeten doen (subsubprincipes). Aan de principes moet vervolgens structureel worden gewerkt: elk uur, elke dag dat een coach training geeft. Een trainingsmethode die uitgaat van het spelletje, de wedstrijd, hoeft dus bepaald niet speels te zijn.
Elke oefening moet zich richten op een moment in de wedstrijd
‘Elke oefening moet zich richten op een moment in het spel en de tactiek die een coach op enig moment van zijn spelers wil zien,’ schrijft Xavier Tamarit, een voetbalcoach die bij Valencia werkte als assistent van de Argentijnse trainer Mauricio Pellegrino. Tamarit heeft de wetenschappelijke studies van Frade vastgelegd in een boek: What is Tactical Periodisation.
Net als Bunker en Thorpe vinden ook de bedenkers van het model van tactische periodisering dat spelers moeten leren in de context van het spelletje: ze moeten het doel van een techniek begrijpen om die goed te kunnen toepassen. Tamarit doet zijn best om uit te leggen dat tactische periodisering voor spelers geen dwangbuis hoeft te zijn. Spelmomenten moeten zo veel mogelijk herhaald worden, maar nadrukkelijk zonder daarbij stereotiepe gedragingen af te dwingen. Net als bij Barcelona maken spelers op basis van de principes hun eigen keuzes.
Volgens Tamarit moeten coaches tactiek voor spelers niet te ingewikkeld maken. Door de principes in oefeningen systematisch te trainen, hoeft de coach zijn spelers bovendien minder te commanderen. ‘Je herhaalt dus steeds bepaalde momenten in het spel en daardoor beslis je sneller,’ aldus Tamarit. ‘Spelers hebben verschillende ervaringen nodig om de kennisbasis te vormen waarmee ze problemen kunnen oplossen en beslissingen kunnen nemen. Ze moeten de ruimte krijgen om binnen het spelmodel hun eigen creatieve oplossingen te vinden.’ Tamarit maakt zelfs een vergelijking met straatvoetbal. ‘Daarin krijgen spelers de kans om te leren uit ervaring en zelfstandig oplossingen te bedenken. Coaches moeten spelers fouten laten maken, niet te veel praten en feedback uitstellen.’ Dat zou ook met tactische periodisering mogelijk zijn.
2. Voetbal trainingen om spelers te ontwikkelen
Hierboven zagen we dat het model van de tactische periodisering elke oefening in dienst stelt van de speelwijze en spelprincipes die een coach wil overbrengen.
Onzin, vond voetbal en hockeycoach Horst Wein en dat is begrijpelijk gezien het belang ontwikkeling van spelertjes. Een spelertje dat moet passen en niet mag dribbelen, leert wellicht het spel beter begrijpen. Maar zij krijgt niet de kans om naar eigen inzicht waar te nemen en te handelen in een veranderlijke omgeving. Zo ontwikkelt zij cruciale vaardigheden.
De rol van ontdekkend leren bij voetbal training
Naast Johan Cruijff overleed in 2016 nog een buitenlander met een grote invloed op het Spaanse voetbal. Anders dan Cruijff kreeg hij geen klappende stadions op de banken. Wel schreef hij een handboek dat de Spaanse voetbalbond al bijna dertig jaar gebruikt: Fútbol a la medida del niño. In Nederland kennen hockeyers Wein wellicht als de bedenker van Funkey, een speelse leermethode voor de allerkleinste hockeyers.
Horst Wein was van oorsprong een hockeyer. Hij speelde 22 interlands voor het nationaal elftal van Duitsland. Toen hij later van zijn zoontje kritiek kreeg op zijn trainingsmethoden, besloot hij zich in het onderwerp te verdiepen. ‘Ik heb de manier waarop kinderen spelen bestudeerd, de essentie daarvan gevangen en daaraan structuur toegevoegd,’ zei Wein drie jaar voor zijn overlijden in een interview met de website blueprintforfootball.com ‘Ik wilde niet de drills gebruiken die overal in de wereld nog zoveel worden toegepast. In plaats van spelers te laten luisteren naar de instructies van de coach, zou elke trainer gebruik moeten maken van guided discovery.’ Guided discovery is ontdekkend leren.
Een betere speler is een intelligente speler
Anders dan de naam Johan Cruijff valt de naam Horst Wein maar zelden bij Barcelona. Zijn filosofie is bij de Spaanse club niettemin springlevend. Dat blijkt bijvoorbeeld als je Joan Vila hoort spreken, het hoofd methodologie van Barcelona. Het opleiden van intelligente spelers staat centraal in de trainingsfilosofie van de Catalaanse club.
Intelligent zijn betekent dat voetballers wat er in hun omgeving gebeurt registreren en handelen op basis van de beschikbare informatie. ‘Als je niet gekeken hebt, dan weet je niet wat je moet doen,’ zegt Vila. Om intelligent te handelen moet een speler de volgende 3 stappen beheersen: kijken, de situatie inschatten en vervolgens beslissen. Deze zienswijze heeft Barcelona rechtstreeks overgenomen van Horst Wein.
Spelers leren kijken: Hoofd omhoog!
In lijn met de filosofie van Horst Wein mikt Barcelona met zijn voetbal trainingen erop spelintelligentie van jongs af aan te ontwikkelen. Misschien helpt het om spelers te vertellen dat ze hun hoofd omhoog moeten houden. Visionaire Spaanse voetballers als Lionel Messi en Xavi Hernandez kregen het hun leven lang te horen.
Spelers leren kijken met oefeningen
Maar misschien zijn de juiste voetbal oefeningen [link] nog wel belangrijker om spelers te leren kijken. ‘Er zijn heel veel oefeningen om te leren kijken,’ zegt Joan Vila van Barcelona. ‘Kinderen moeten op veel zaken leren letten, maar ik garandeer jullie: als coaches op deze manier met kinderen aan de slag gaan, dan levert dat spectaculaire resultaten op. Kinderen zijn sponzen.’
Een van de oefeningen waarmee spelers goed leren kijken, de situatie taxeren en dan beslissen is de rondo: op welk moment speel ik en waarheen? Het verhaal van Xavi maakte al duidelijk dat Barcelona spelers opleidt die constant in beweging zijn en het spel begrijpen, intelligente spelers.
Een van de belangrijkste uitgangspunten van goede voetbal trainingen is dat spelers niet worden volgestopt met tactische aanwijzingen. Spelers die op wedstrijd- of trainingsveld een gedetailleerd takenpakket meekrijgen hebben minder ruimte voor hun eigen ideeën. Ook hebben ze minder aandacht voor onvoorziene omstandigheden. Dat is aangetoond in onderzoek naar sport, een variant op het in de wetenschap bekende experiment van de ‘onzichtbare’ gorilla [LINK: WETENSCHAP DENK IK].
Partijtje spelen is ook voetbal training
Het mag voor coaches best een geruststelling zijn. Als spelers de kans krijgen om vrij partijtje te spelen is een voetbal training eigenlijk nooit mislukt. Wedstrijdjes spelen is immers een cruciaal onderdeel van elke voetbal training. Wetenschappelijk is er immers een verband aangetoond tussen de spelen op straat en de manier waarop voetballers om zich heen kijken, de ‘spelintelligentie’ waar clubs als Barcelona op hameren.
Voetballers van de straat zijn snel en intelligent
Zo ondervroeg voetbalwetenschapper Mark Williams meer dan driehonderd jeugdspelers uit Brazilië, Engeland, Frankrijk, Ghana, Mexico, Portugal en Zweden over de trainingsmethoden in hun jeugdjaren. Wat bleek? In Brazilië, bekend om zijn creatieve spelers, voetbalden kinderen tot hun twaalfde veel meer op straat dan elders, zonder toezicht, regels of trainingsschema’s. In een vervolgstudie laat Williams zien dat ook Britse voetballertjes die in hun jeugd veel met de bal speelden, beter scoren op een test voor spelintelligentie en handelingssnelheid.
Williams koppelt de Braziliaanse vaardigheden en het spelinzicht aan voetbal op pleintjes van stoffig beton: “Als je dag na dag in situaties wordt geplaatst waar je het spel moet lezen en beslissingen moet nemen in een kleine ruimte, dan ligt het voor de hand dat je daar beter in wordt.”
Kleine teams maken voetbal training intens
Het verhaal van David Bunker en Rod Thorpe maakte duidelijk dat kinderen gemotiveerd raken van minigames, vereenvoudigde spelletjes die de kern van een sport raken. Dat lukt in het straatvoetbal, en met aangepaste goals en kleine teams proberen clubs dat concept te kopiëren. Daarnaast zorgen minigames voor veel balcontacten.
De Engelse voetbalwetenschapper Rick Fenoglio onderzocht voor achtjarigen de verschillen tussen een potje acht tegen acht en een wedstrijdje vier tegen vier. In de laatste spelvorm was er elke minuut een goal. Er was 2,5 keer per minuut een duel van één tegen één en elke minuut zes keer een pass. Ter vergelijking: Barcelona haalt in officiële wedstrijden met elf tegen elf tien passes per minuut. Scoringskansen en dribbels of trucs waren om de dertig seconden te zien.
Bij het potje acht tegen acht vielen vijf keer zo weinig doelpunten. Er waren bijna drie keer zo weinig dribbels of trucs en een-op-eensituaties. Het aantal scoringskansen kwam uit op minder dan de helft en er waren een kwart minder passes. Omdat in de grote teams de helft meer spelertjes meedoen, is het verschil in aantal handelingen per individu tussen de grote en kleine teams nog veel groter: zes keer minder trucs en dribbels in de grote teams, vier keer minder scoringskansen en bijna de helft minder passes per spelertje.
Met slimme oefeningen moeten spelers vaak kiezen
Veel balcontacten zijn belangrijk. Maar een kind dat urenlang staat te kappen en te draaien op de keukenmat heeft die ook. In het verhaal van Wiel Coerver hebben we gezien dat die manier van trainen spelers op weg helpt. De bewegende bal zorgt voor variatie, maar op de lange termijn hebben spelers veel meer nodig. In minipartijtjes zoeken kinderen telkens opnieuw oplossingen in situaties die zich ook in een wedstrijd voordoen. Met minder spelers op een kleiner veld zijn die situaties makkelijker te overzien. Met slimme oefeningen valt het aantal leerzame beslissingsmomenten verder op te voeren.
Het opleidingsboek van Wein staat vol andere oefeningen die spelers trainen in het maken van hun eigen keuzes. Wein erkent dat de vrijheid van wedstrijdjes op straat intelligente spelers oplevert. Toch hemelt hij deze leerschool niet op: ‘Het is onzinnig te treuren om het verlies van het straatvoetbal dat onze grote sterren van het verleden heeft voortgebracht. Mijn voetbalontwikkelingsmodel heeft het straatvoetbal overgenomen en is qua leereffectiviteit en variatiemogelijkheden het straatvoetbal ver voorbij.’
