De constraints-led approach verklaart sportprestaties
De constraints-led approach is een model dat bewegingen verklaart door zich te focussen op de manier waarop mensen bewegen in samenhang met drie soorten randvoorwaarden. Het is dus een model om sportprestaties beter te begrijpen en te verklaren. De oorsprong van deze denkwijze ligt in een publicatie uit 1986 van de Amerikaanse wetenschapper Karl Newell (University of Georgia).
Hij onderscheidt drie soorten randvoorwaarden, zogeheten constraints, waar sporters mee te maken hebben: het eigen lichaam, de taak die ze moeten uitvoeren en de omgeving. Onder die randvoorwaarden zoeken sporters naar optimale oplossingen.
Voorbeeld van de contraints-led approach
Om te begrijpen wat de constraints-led approach betekent gebruiken we een voorbeeld uit een studie die Karl Newell publiceerde aan het begin van de jaren negentig. De Amerikaanse wetenschapper laat in deze studie zien dat goede skiërs bewegen in hun swing meebewegen met oneffenheden van de piste. Die oneffenheden op de piste zijn een voorbeeld van een van de drie categorieën van randvoorwaarden die de contraints-led approach gebruikt om bewegingen te verklaren, namelijk de omgeving.
Betere skiërs maken meer gevarieerde bewegingen
Newell toont aan dat beginners op een simulator voor de skislalom aanvankelijk stijf bewegen in hun heupen, knieën en enkels. De simulator is een soort boogbruggetje waarop de proefpersonen heen en weer zwaaien met hun onderbenen bij elkaar: net echt parallel. Naarmate de skiërs meer oefenden, nam de reikwijdte van hun bewegingen toe. Zij gaven hun ledematen almaar meer vrijheid en bewogen steeds soepeler mee met de variabele hellingshoek van de nepberg. De toenemende variabiliteit in het bewegingspatroon staat lijnrecht tegenover het conventionele beeld van de ideale sportuitvoering als een perfect en herhaalbaar patroon. De constraints-led approach van Karl Newell definieert beter bewegen als een almaar betere aanpassing aan wisselende omstandigheden, niet als een steeds preciezere benadering van één perfect ideaal.
Sporters gaan dus niet beter bewegen door vaste patronen in te slijten. In plaats daarvan spreekt Newell van ‘het aftasten van het landschap van bewegingsmogelijkheden’, op zoek naar stabiele bewegingspatronen die passen bij het individu (en zijn zogenoemde affordances) en zijn omgeving. We passen ons steeds opnieuw aan en leren op die manier het beste te halen uit situaties die zich voordoen.
De constraints-led approach betekent ‘leren uit de omgeving’
De term Newells constraints-led approach is een lelijke term voor een prachtige theorie. In het Nederlands zouden we misschien kunnen spreken van ‘leren uit de omgeving’: de randvoorwaarden waaronder en de setting waarin mensen sporten.
Niet een precieze uitvoering van een voorgeschreven techniek staat centraal in de visie van Newell, maar het efficiënt gebruiken van alle informatie uit de omgeving. Waar het om gaat, schrijft Karl Newell, is het koppelen van waarnemen en doen, van perceptie en actie. Dit heet in wetenschappelijk termen perception-action coupling.
Topsporters zijn geen specialisten in de herhaling, ze zien, horen of voelen wat er om hen heen gebeurt en vertalen die informatie direct naar doelgerichte bewegingen. Topsporters zijn geen robots met nauwkeurig voorgeprogrammeerde bewegingen, integendeel. Ze nemen nauwkeurig waar wat er om hen heen gebeurt en verwerken die informatie razendsnel.
Constraints-led approach biedt trainers een fundament
De constraints-led approach heeft belangrijke praktische consequenties voor de werkwijze van sporters, trainers en coaches. Omdat randvoorwaarden bewegingen bepalen kunnen zij trainingsdoelen voor sporters beter niet verpakken in woorden. In plaats daarvan brengen zijn sporters in situaties waarin ze ook tijdens wedstrijden geconfronteerd kunnen worden.
Een snelkookpan, waarin de vaardigheid die wordt getraind steeds terugkomt, maar niet precies op dezelfde manier: herhaling zonder herhaling, heet dat in de woorden van de Russische bewegingswetenschapper Nikolai Bernstein.
